Grootmachten als het Verenigd Koninkrijk, Rusland, China en natuurlijk de Verenigde Staten hebben een enorm aandeel in de wereldwijde wapenindustrie. Niet alleen de betrokkenheid van deze landen bij conflicten en burgeroorlogen wereldwijd duidt daarop, ook populaire films en series waarin we meegenomen worden in de wereld van MI5, de CIA, FBI, KGB en de maffia versterken dit beeld. Hoe zit het met Nederland? In hoeverre draagt ons kikkerlandje bij aan een industrie die verantwoordelijk is voor het ontnemen van levens in conflictgebieden en tegelijkertijd brood op de plank brengt bij veel families in de westerse wereld?

Om precies te zijn: 1,4 miljard euro. Dat is wat Nederland in 2016 aan wapens heeft geëxporteerd, zo blijkt uit een rapportage over het Nederlandse wapenexportbeleid  Een flink verschil in vergelijking met het jaar daarvoor, toen stond de teller nog op 873 miljoen, dat is dus een stijging van ruim 60%. 1,4 miljard euro klinkt misschien niet als een groot aandeel, maar hiermee belandt Nederland wel op de zevende plaats op de lijst van de grootste wapenexporteurs wereldwijd. Deze lijst is opgesteld door SIPRI, het Stockholm International Peace Research Institute. SIPRI verzamelt data over de internationale wapenhandel. Ook onderscheidt het instituut verschillende soorten wapens en houdt het bij naar welke landen geëxporteerd wordt. Zo laat de data over Nederland zien dat het grootste deel van onze export naar Jordanië gaat, gevolgd door Marokko op de tweede en Indonesië op de derde plaats.

Natuurlijk levert Nederland niet zomaar wapens aan Jan en alleman. Elke wapendeal moet door het Ministerie van Buitenlandse Zaken worden goedgekeurd. Om een exportvergunning te krijgen moet de deal aan een aantal voorwaarden voldoen. Hiervoor hanteert de Nederlandse overheid de acht criteria die zijn opgenomen in het EU-reglement ‘Gemeenschappelijk Standpunt 2008’. De vergunningen worden toegekend afhankelijk van wat er verhandeld wordt, aan wie, en voor welke doeleinden de wapens worden ingezet.

Dan worden Nederlandse wapens toch alleen voor goede en ethische doeleinden gebruikt?
In een wereld waarin geen fouten worden gemaakt wellicht, maar daar leven we helaas niet in. Onderzoek van de Universiteit Gent uit 2010 liet zien hoe een aantal internationale wapendeals toch door de EU-richtlijnen konden glippen. Zo verkocht Nederland in 2009 voor 555 miljoen euro aan oorlogsschepen aan Marokko. Deze schepen zouden volgens de vergunningen gebruikt worden om piraterij op de Middellandse Zee tegen te gaan – inspanningen die de Nederlandse regering toejuicht volgens de toenmalige Minister van Economische Zaken Maria van der Hoeven. Maar of de vaartuigen daar daadwerkelijk voor werden ingezet is niet zeker. Met onder andere antischeepsraketten aan boord en luchtverdedigingsmechanismen zijn de schepen zeer offensief uitgerust. De onderzoekers van de Universiteit van Gent achten het waarschijnlijker dat de schepen worden ingezet om overzeese migratie tegen te gaan. Of mevrouw van der Hoeven dat ook zou toejuichen is de vraag.

In de jaren 2006 tot en met 2008 heeft de Nederlandse regering een vergunning voor radars en combatsystemen toegekend met als eindbestemming Venezuela. Ondanks criterium nummer 4 van het EU reglement – ‘handhaving van vrede, veiligheid en stabiliteit in de regio’- kwam de Nederlandse wapentechnologie volstrekt legaal in Venezuela terecht. Dat dit land sinds 2002 al op gespannen voet stond met Colombia vormde geen bezwaar voor de deal. Een jaar na de levering van de Nederlandse wapens beschuldigde Colombia Venezuela ervan Colombiaanse rebellen van wapens te voorzien. Tot zover de stabiliteit in de regio.

Hoewel er strenge eisen gelden voor vergunningen blijkt uit bovengenoemde voorbeelden dat Nederlandse wapens af en toe toch in de handen van personen of groepen vallen met bedoelingen die niet aan de criteria voldoen. Betekent dit dat er mogelijk talloze IS-strijders met Nederlandse AK-47s door Irak en Syrië hebben getrokken? Waarschijnlijk niet. Het Nederlandse aandeel in de wapenhandel bestaat vooral uit technologische apparatuur zoals componenten voor oorlogsschepen en wapen-, radar-, sensor- en commandosystemen.

Dat klinkt misschien een stuk onschuldiger dan een lading Kalasjnikovs, maar is dat het ook? Dankzij technologie die Nederland levert kunnen doelwitten nauwkeurig worden vastgesteld en vijanden worden gedetecteerd. Valt Nederland minder te verwijten omdat zij de apparatuur in het vliegtuig heeft geproduceerd en niet de bommen die dankzij deze apparatuur nauwkeurig worden gedropt?

Met een gunstige ligging aan zee is Nederland bovendien een populaire locatie voor de doorvoer van wapens. Tot 2012 konden bevriende EU- en NAVO-landen zonder het aanvragen van een vergunning hun lading binnen Nederland overladen en hadden ze enkel een meldplicht. Dit beleid is sindsdien aangepast en bij het overladen van doorvoer geldt nu ook een vergunningsplicht. Als deze wapens binnen Nederland echter niet worden overgeplaatst naar een ander transportmiddel en de verhandelaar een EU of NAVO-land is, dan hoeft er voor deze deal geen vergunning te worden aangevraagd. Fijn voor onze handelspartners, maar zo verliest Nederland wel overzicht in welke wapens onze grenzen over gaan.

De cijfers die SIPRI en de Nederlandse overheid vrijgeven omtrent de grootte van de Nederlandse wapenexport betreffen enkel de legale handel waarvoor vergunningen zijn aangevraagd. Wat er via de zwarte markt vanuit dan wel via Nederland bij conflicten terecht komt blijft de vraag. De Nederlandse overheid doet in samenwerking met de EU haar uiterste best om enkel bij te dragen aan internationale wapenhandel die de vrede en veiligheid van de lidstaten en betrokken partijen niet in gevaar brengt. Maar de wapenindustrie, die zo’n grote bijdrage aan de Nederlandse (kennis)economie levert, is niet vlekkeloos. Ook al zijn de regels en procedures wettelijk vastgelegd, honderd procent controle over de daadwerkelijke eindbestemming van een wapendeal blijft moeilijk te verkrijgen.