De rest danste met hun blote voeten in het zand toen ik met mijn thee in het gras naast hem kwam zitten. Hij zei “I’m sorry for taking up so much space”, ik reageerde “You’re not, don’t worry”. We raakten aan de praat en al snel doken we de diepte in. Zijn kijk op het leven was anders dan die van mij. Mijn realiteit berustte in principe altijd op wetenschap terwijl hij standvastig sprak over God. Ik vroeg hem of God een man op een wolk was. “No,” zei hij resoluut, “God is everything and everything is God, you are God and I am God”.

Hij had een intrigerend uiterlijk: een donkerbronzen huid en gitzwarte baard met daarboven lichtblauwe ogen. Vanaf het eerste moment was ons gesprek gelijkwaardig. Dit was een nieuwe ervaring: aan onze verstandhouding was niet merkbaar dat we van geslacht verschilden. We spraken van mens tot mens en ik voelde hoe betekenisvol ik dat vond.

Hij haalde informatie uit de sterren en reïncarnatie was voor hem een vanzelfsprekendheid. Ik verraste mezelf door me te interesseren in plaats van cynisch te reageren. Wijsheid komt niet met de jaren, maar met de levens. Ik vroeg hem zijn mening over alle onderwerpen die in me opkwamen. Ik wilde over alles horen wat hij te zeggen had. Toch veranderde dat onze verhouding niet: hij bleef nederig en hechtte net zo veel waarde aan mijn kijk en woorden als aan die van hemzelf. Meermaals bedankte ik hem voor zijn wijsheid en meermaals bedankte hij mij.

’s Avondslaat sprak ik mijn geliefde. Ik vertelde enthousiast over de man die ik had ontmoet en hoe ik onze interactie had ervaren. Ik was diep onder de indruk geraakt en hoewel zijn ideeën bij mij een innerlijk conflict veroorzaakte, was ik dankbaar en opgewekt. Het was een bijzondere dag geweest concludeerde ik. Ik dacht moe te zijn en net als mijn hostelgenoten hadden gedaan, besloot ik te gaan slapen.

Slapen lukte niet, klaarwakker lag ik in bed. Ondanks dat ik niets had gebruikt of gedronken, was wat ik voelde toen ik in bed lag enkel vergelijkbaar met het gevoel wat bepaalde drugs veroorzaken. Ik verzeilde in een mentale trans en voelde vreemde fysieke sensaties. Mijn hartslag was kalm en mijn ademhaling beheerst, terwijl mijn brein me het tegengestelde liet waarnemen. Ik zweefde en daalde weer neer. Mijn lichaam tintelde. De inhoud van mijn longen was eindeloos. Mijn gedachten vonden de waarheid: de man die ik die avond had gesproken was de belichaming van alles wat is: God. God had vanavond via deze man haar boodschap aan me over gebracht.

De psychedelische stof DMT zit in alle levende organismen en God had me die avond verteld dat een hoge dosis vrijkomt op het moment van geboren worden en op dat van sterven. Ik wist zeker dat ik al geboren was dus betekende deze natuurlijke psychedelische trip dan nu mijn dood? Ik was bang dat wanneer ik in slaap zou vallen ik niet meer wakker zou worden. Tegelijkertijd realiseerde iets in mij hoe absurd al deze gedachten waren, maar slapen deed ik niet. Mijn rationele zelf vreesde voor het begin van een psychose.

De volgende dag sprak ik mijn geliefde weer maar dit keer huilde ik. De ervaring die ik had gehad linkte ik aan pure gekte. Hij stelde me gerust. “Mystieke ervaringen komen zo vaak voor, dat er ook in de wetenschap veel aandacht voor is. Niet alle mensen die dit meemaken zijn gek.” Ik beargumenteerde dat ik al mijn hele leven instabiele gedragingen had vertoond. Het land verlaten voor onbepaalde tijd was de meest recente en ook extreme. Dit is hoe bipolaire of schizofrene stoornissen vaak beginnen, wist ik. Maar weer stelde hij mij gerust “Als psycholoog zie je je eigen gedrag te snel als afwijkend en omdat je alle stoornissen kent, herken je jezelf hier onterecht in”.

Het praten hielp en iets geruster verliet ik die dag het dorpje waar ik een week was geweest. Toch bleef ik in mijn hoofd schipperen tussen het omarmen van deze beleving of het inschakelen van een deskundige voor nuchter westers advies. Het innerlijk conflict wat mijn gesprek met God had veroorzaakt bleek een andere vorm aangenomen te hebben dan ik in eerste instantie verwachtte. Twee vragen bleef ik mezelf stellen: wat is gekte en is gekte ook gekte wanneer de afwijkende waarnemingen door de omgeving niet als verstorend wordt beoordeeld? Ik wist het niet, en vroeg me af of ik het ooit wel zou weten.