De mensen uit de omgeving van mijn moeder zullen haar waarschijnlijk bestempelen als één van de meest geëmancipeerde vrouwen die ze kennen. De mensen uit mijn omgeving bestempelen mij ook regelmatig met die stelling. Toch verzeilen mijn moeder en ik niet zelden in discussies over feministische voor- of achteruitgang. Onlangs nog, toen walk-on-girls uit de dartsport geband werden. Ik schreef dat ik dat een stap achteruit vond in de ontwikkeling van vrouwenemancipatie, terwijl mijn moeder dit juist een goede beslissing noemde. Zij vraagt zich af in hoeverre vrouwen vrij kiezen voor een carrièrepad als dit en denkt dat zulke functies voornamelijk ontstaan omdat de maatschappij vrouwen leert dat het normaal is om geobjectiveerd te worden.

Een ander voorbeeld: mijn moeder zal me altijd mijn gang laten gaan maar als ik een weinig verhullende outfit draag dan denkt zij “waarom is dat nodig?”. Terwijl ik erkenning voor mijn uiterlijk minstens zo waardeer als erkenning voor mijn intelligentie of sprankelende persoonlijkheid. Vind ik mijzelf daarmee ondergeschikt aan mannen? Nee, ik zie niet eens verband. Voor mij betekent feminisme dat je als vrouw niet beperkt wordt omwille van je geslacht. Dat vertaalt zich dan in de vrijheid om keuzes te maken die je wil, zelf bepalen hoe je je profileert. Een vernieuwde interpretatie van het begrip feminisme.

Ik zou nooit mijn BH’s verbranden want ik heb nooit het gevoel gehad dat de patriarchische maatschappij mij BH’s oplegt. Daar ontstaat het verschil in visie tussen de oude garde en sommigen van de jonge. Feministen van mijn moeders generatie hebben zelf gezien of ervaren hoe vrouwen in hun kunnen werden onderdrukt, omdat buiten kijf stond dat zij hun leven als huisvrouw en -moeder invulde. Er heerste de collectieve overtuiging dat vrouwen minderwaardig waren dan mannen, dat ze dommer waren, minder capabel. Vandaag de dag zijn er echter weinig Nederlandse, niet-religieuze mannen die vinden dat vrouwen minder rechten of kansen verdienen dan mannen. En toch zijn er nog steeds amper mannen die zichzelf feminist noemen.

De titel feminist krijgt een steeds viezere nasmaak. Er zijn genoeg vrouwen die graag vingers wijzen naar het mannelijk geslacht en hen tot boosdoener omdopen. Vrouwen die net zo zeer een “wij en zij” creëren als dat mannen vroeger deden. Vrouwen die (goedbedoelde) initiatieven starten om ‘girlbosses’ en ‘powervrouwen’ een platform te geven. Vrouwen die vallen over Schiphol omdat naar buiten kwam dat de nieuwe bestuurder een man zou worden. Vrouwen die dus pleiten voor gelijkheid (pleiten voor gelijkwaardigheid lijkt me overigens beter), maar ontevreden worden zodra dat in hun nadeel werkt.

‘We’ zijn er nog niet, maar bovenstaande acties vind ik weinig constructief. De politiek blijft hameren op oplossingen aan de achterkant. Door bijvoorbeeld vrouwenquota te verplichten. Ik zou het een belediging vinden als ik ergens aangenomen word omdat ik een vrouw ben, in plaats van enkel omdat ik gekwalificeerd ben. Emancipatie is -zoals veel maatschappelijke problematiek- niet in één generatie voltooid. De oplossing zit aan de voorkant: wat leer je je dochters en wat geef je je zoons mee? Includeer de ongelijkheid die nu speelt in het curriculum van zowel basis- als middelbare school: laat kinderen en jongeren bewust worden van en nadenken over een oplossing. Hoe kun als jongen bijdragen aan de gelijke kansen voor jongens en meisjes en wat kun je als meisje doen om niet minder kansen te krijgen op basis van je geslacht?

Eerlijk gezegd begrijp ik niet waarom ik als kind alle lagen van de aarde in m’n kop heb moeten stampen (echt, wie heeft dit besloten?) en werkelijk nul heb geleerd over de oplossing van maatschappelijke problematiek waar iedereen vandaag de dag mee te maken heeft.