Er bestaat een verschil tussen pedofilie en pedoseksualiteit. Een pedofiel voelt zich aangetrokken tot kinderen, een pedoseksueel voelt zich aangetrokken tot kinderen én handelt hier naar. De gehele hedendaagse maatschappij walgt van alles rondom het begrip ‘pedo’, maar feit blijft wel dat bij pedofielen sprake is van een psychische afwijking waar ze vaak zelf ook ontzettend ongelukkig van worden. Want eerlijk is eerlijk: wie zou hier nou voor kiezen?

Eén van de regels van het internet luidt (34): “If it exists, there’s porn of it”. Sommige mensen verdienen vrijwillig geld met het maken van pornografie en zijn hier hartstikke content mee, good for them. De keerzijde van regel 34 van het internet is dat er een grote markt is voor lugubere sekstaferelen, waarvan de uitvoering veelal onder dwang plaatsvindt. Eén van de meest zorgwekkende markten is zonder twijfel die van kinderpornografie.

Om deze markt te bestrijden is ooit sprake geweest van legale, gereguleerde en geanimeerde kinderporno. Omdat animaties vandaag de dag levensecht lijken, zouden kijkers hier misschien ook wel mee uit de voeten kunnen.
Geschetst werd dat de overheid pedofielen en pedoseksuelen zou moeten voorzien van deze virtuele pornografie, in de hoop dat 1) de markt van kinderpornografie vermindert en 2) pedoseksuelen hier zodanige bevrediging uithalen dat zij de verleiding om kinderen in de praktijk te misbruiken kunnen weerstaan.

Dit ethische dilemma zorgde voor de nodige ophef. De vraag is nog maar of geanimeerde pornografie daadwerkelijk gaat resulteren in minder kindermisbruik. Het is natuurlijk ook mogelijk dat het ‘toestaan’ en geaccepteerd kijken naar dit soort beelden een gevoel van vrijheid opwekt, dat júist het verkeerde gedrag in gang zet. En mag de overheid belastinggeld wel gebruiken voor deze doeleinden? Mag je daarnaast een animator vragen of hij dit soort films wil maken?

Aan de andere kant kun je pleiten voor een longitudinale studie die onderzoekt of pedoseksuelen dankzij onbeperkte toegang tot geanimeerde kinderporno minder snel tot handelen over gaan. Er zijn weinig cijfers bekend omdat zaken van seksueel misbruik vaak onbesproken blijven, maar in elk geval 41% van alle vrouwen en 23% van alle mannen heeft hier als kind één of meer negatieve ervaringen mee gehad. Het meeste misbruik vindt plaats tussen het achtste en twaalfde levensjaar. Dat zijn zorgwekkende aantallen op zorgwekkende leeftijden.

Als animatie niet meer te onderscheiden is van daadwerkelijke video’s, en dit concept globaal zou worden geaccepteerd, dan is een logisch gevolg dat de vraag naar echte kinderpornografie verdwijnt. Dat is natuurlijk iets waar alle welnadenkende mensen voorstander van zouden zijn. Maar zo’n gigantische verandering omtrent zo’n gevoelig onderwerp tot stand brengen is héél moeilijk, vooral omdat veel landen er een stuk conservatievere collectieve denkwijze op na houden.

Ondanks verdeelde meningen, is dit iets om over na te denken. Men is geneigd om pedofielen met hooivorken en brandende fakkels te verjagen, maar op zoek gaan naar een daadwerkelijke oplossing werkt naar alle waarschijnlijkheid een stuk beter.