In de afgelopen anderhalf jaar heb ik vrijwel niets op papier gezet. Dat wil niet zeggen dat ik niet heb nagedacht. Bestaan betekent voor mij een gevecht daarmee sinds het moment dat ik in staat ben op mijn eigen gedachten en handelen te reflecteren. Er zijn fases waarop het gevecht zich op de achtergrond bevindt en fases waarin het leven bevechten mijn volledige daginvulling beslaat. Ik bevind me op moment van schrijven aan het einde van deze tweede fase.

Melancholiek gaat in mijn geval gepaard met een stijging in bevragen en nadenken, een toename van passiviteit en afname van externaliserende creativiteit. Het nadenken speelt zich af op een dieper niveau, het niveau waarvan je hersenen fysiek pijn gaan doen omdat je zoekt naar antwoorden die zich op dat moment nog buiten het begripsvermogen van je hersenen bevinden. Desalniettemin heeft dat nut, want door op ontdekkingstocht te gaan rondom de grenzen van de capaciteit van je brein, verleg je deze en vergroot je het begrip.

Ik ben tot veel inzichten gekomen die het leven uiteindelijk hopelijk meer behapbaar maken. Dit is op dit moment mijn houvast om het leven genoeg de moeite waard te vinden. Ongetwijfeld heb ik me over een paar jaar verder ontwikkeld en ben ik op veel gebieden die ik hieronder beschrijf van ideeën veranderd.

De teksten die volgen heb ik niet geschreven om even ‘lekker weg te lezen’. De onderwerpen waarover ik schrijf vereisen enige voorkennis, en ook dan is het mogelijk dat de teksten niet in één keer begrijpelijk zijn. Het voornaamste doel van onderstaande teksten is om mijzelf houvast te bieden en mijn ideeën aan elkaar te verbinden, om er zekerder van te zijn dat ze naast elkaar kunnen bestaan. Ook is het mogelijk dat ik op een later moment nog (inhoudelijke) wijzigingen aanbreng in de teksten.

Causaliteit
Door te geloven in het universum wordt het leven enigszins te hanteren en tegelijkertijd angstaanjagend vanwege de insignificantie waarmee het zelf plots gepaard gaat. Het feit dat het begrip eindeloosheid ons voorstellingsvermogen te boven gaat, wil niet zeggen dat het niet bestaat. Ik geloof dat alles dat op dit moment binnen de dimensies die ons bekend zijn bestaat, heeft bestaan of nog gaat bestaan, in den beginne in stand is gebracht door één unieke aanstichter* die beweging veroorzaakte. En daarmee ruimte en tijd.

De ervaring van ruimte en tijd vormen voor mij het fundament om in causaliteit te geloven. Alles dat gebeurt is een reactie op een voorgaande gebeurtenis. Causaliteit ondersteunt dan ook het idee dat alles met elkaar in verbinding staat, omdat alles het gevolg is van de eerste variabele die beweging in stand bracht en daarmee ruimte en tijd liet ontstaan. Dat alles met elkaar verbonden is, is niet hetzelfde als de overtuiging dat alles in staat is om doelbewust invloed uit te oefenen op alles. Sterker nog, causaliteit en de ‘vrije wil’ van wat of wie dan ook, kunnen naar mijns inziens niet goed naast elkaar bestaan. Het idee dat wij bewust invloed uit kunnen oefenen op onze omgeving, of dat onze omgeving bewust invloed uitoefent op ons, dat lijkt mij slechts een resultaat van het bewustzijn van het individu welke een resultaat is van de ontwikkeling van de prefrontale cortex. Daar kom ik in het volgende artikel op terug.

Theoretisch zouden we middels causaliteit de toekomst kunnen voorspellen en het verleden volledig in beeld kunnen brengen. Op dat principe is dan ook het bestaansrecht van de gehele wetenschap gebaseerd. Er zijn eindeloos veel methoden om vanuit een bekend resultaat iets te bepalen over een onbekende oorzaak, en dezelfde methoden worden gebruikt om vanuit een bekende oorzaak een nog onbekend resultaat te bepalen.

Om de toekomst te voorspellen en het verleden in beeld te kunnen brengen, moet er in theorie simpelweg een algoritme geschreven worden, waarin alle oorzaken en gevolgen, ofwel acties en reacties, die simultaan plaatsvinden in het gehele universum, én de grootte van het effect van alle individuele variabelen op alle andere individuele variabelen, tot één optelsom worden samengebracht. Op basis van deze gegevens is een computer theoretisch in staat om de logische gevolgen te berekenen en zo adequaat de toekomst te voorspellen**. Wanneer ditzelfde algoritme voldoende output heeft gegenereerd, kunnen patronen gesignaleerd worden die de computer in staat stellen om terug te rekenen en hiermee alles wat in het bestaan ter tijd heeft plaatsgevonden betrouwbaar en valide in kaart te brengen. En is daarmee dus ook in staat om de eerste causale relatie ooit te kunnen beschrijven: het moment dat iets uit niets ontstond, de start van tijd en ruimte.

*Wat die aanstichter is en hoe deze ontstond weet ik niet, maar dat heb ik op dit moment geaccepteerd. Sommigen zullen dit als ‘God’ omschrijven. Ik doe dat niet, omdat mijn idee van god niet in lijn staat met mijn idee van de aanstichter van ruimte en tijd. Mijn geloof in een theologische god bestaat niet in zo’n hoedanigheid dat deze een rol speelt in mijn gevecht met het leven en het proberen te bevatten van het bestaan.

**Aangenomen dat er geen significante willekeur bestaat binnen causaliteit, een aanname die ik voor mijn eigen gemoedstoestand op dit moment in mijn leven heb besloten te accepteren.