Of de vrije wil bestaat is in bepaalde disciplines binnen de wetenschap al lang een levendig debat. Voor het grootste deel van de mensheid is de vrije wil een vanzelfsprekend gegeven. Want: de ervaring van de vrije wil is er, dus de vrije wil bestaat. Deze “logische” beredenering slaat mijns inziens de plank mis. De ervaring van de vrije wil is niet hetzelfde als het bestaan van de vrije wil. Ik geloof op dit moment dat hersenprocessen waar wij geen invloed op hebben verantwoordelijk zijn voor de keuzes die we maken en daarmee ook voor het gedrag dat we vertonen, terwijl het bewustzijn er van is overtuigd dat deze zelf de beslissingen maakt.

“De ervaring van de vrije wil is niet hetzelfde als het bestaan van de vrije wil” is een uitspraak die voor veel praktische problemen zorgt. Als het bewustzijn van een individu niet in staat is om intentioneel keuzes te maken, ofwel als het individu geen vrije wil heeft*, dan móeten we het gedrag van een individu en het individu los van elkaar zien. In dat geval is het niet gerechtvaardigd om een individu te beoordelen, veroordelen, belonen of straffen op basis van zijn gedrag. Dat is problematisch op maatschappelijk niveau: de samenleving is gebaseerd op de overtuiging dat elk individu controle heeft over zijn eigen handelen. Het is daarnaast problematisch op intermenselijk niveau: de enige manier waaraan wij het bestaan van een ander individu kunnen aflezen, is op basis van het gedrag van dat individu. Het is tot slot problematisch op existentieel niveau: het leven wordt de moeite waard bevonden vanwege het idee dat het zelf in staat is om intentioneel invloed uit te oefenen op ons eigen handelen en daarmee onze omgeving en toekomst.

De mens heeft aangeleerd gekregen de handelingen van de medemens te interpreteren als direct gevolg van diens vrije wil. Ook heeft de mens aangeleerd gekregen om de eigen handelingen te interpreteren als direct gevolg van de vrije wil. De algehele consensus dat de vrije wil bestaat is een praktische, maar ik geloof onwaar. Als causaliteit bestaat, dan bestaat de vrije wil niet. Als in theorie een algoritme de toekomst kan voorspellen, dan betekent dat automatisch dat de vrije wil er niet is. Als ruimte en tijd, en alles wat zich daarbinnen afspeelt, een simpele kwestie van actie-reactie is, dan is het universum gedetermineerd. ‘Het universum’ is in dit geval een manier om alle materie die binnen ons begrip van ruimte en tijd bestaat te beschrijven.

Nogmaals, dat de vrije wil niet bestaat wil niet zeggen dat de ervaring van de vrije wil niet bestaat. Die bestaat wel. In elk geval de mijne, dat is wat ik met zekerheid kan stellen. Ik ervaar op dit moment de intentie om mijn tijd te vullen met het schrijven van deze tekst. Ik geloof echter dat dit gedetermineerd is en niet vrij en niet intentioneel. Mogelijk is de ervaring van de vrije wil een bijproduct van de prefrontale cortex, welke ons in staat stelt om grote individuele én collectieve vooruitgang te boeken die de kans op voortplanten en overleven van de mensheid op korte termijn vergroot.

De prefrontale cortex onderscheidt mens van dier en voorziet de mens van vaardigheden die vanuit evolutionair oogpunt nuttig zijn. Dat zijn onder andere de mogelijkheid om te reflecteren op het eigen gedrag. Maar ook het voorstellingsvermogen, een vaardigheid die resulteert in de mogelijkheid om na te denken over andere tijdsdimensies zoals het verleden en de toekomst. Eveneens resulteert voorstellingsvermogen in creativiteit en innovatie vanwege de mogelijkheid iets te kunnen bedenken dat nog niet bestaat, door eigenschappen van objecten die wel al bestaan mentaal samen te voegen tot een nieuw eindproduct. Ook empathie, taalbegrip en -productie, lezen en schrijven, verbale en non-verbale communicatie zijn vaardigheden die de kans op voortplanten en overleven op korte termijn vergroten.

Evolutie is een proces waarbij een organismesoort niet intentioneel de eigenschappen die de kans op voortplanten en overleven vergroot versterkt en perfectioneert, en eigenschappen die de kans op voortplanten en overleven verkleint als logisch gevolg laat uitsterven. Dat gaat hand in hand met causaliteit. Functionele eigenschappen binnen een groep binnen een organismesoort resulteren in een groep met een hogere overlevingskans die zich daardoor méér voortplant en de functionele eigenschappen doorgeeft aan hun nageslacht. Nadelige eigenschappen binnen een groep binnen een organismesoort resulteert in een groep met een lagere overlevingskans, waardoor de groep mínder voortplant, uiteindelijk uitsterft en daarmee de nadelige eigenschap ook laat verdwijnen.

Al 500 miljoen jaar bestaat leven op aarde met eenzelfde hersenstructuur als die we deels terugvinden in het menselijk brein. Het instinct en alle instinctieve gedragingen zitten daar genesteld. Alle basale gedragingen die nodig zijn om te overleven en voort te planten bevinden zich daar: seks, drinken, eten, slapen, zorgen en vechten. Allemaal eigenschappen die vrijwel elke diersoort nodig heeft om evolutionaire doelen te kunnen behalen. De prefrontale cortex daarentegen is een deel van het menselijk brein dat het meest recentelijk is geëvolueerd, het deel dat mens mens maakt. Het kan veel en verhoogt de overlevingskans, maar is tegelijkertijd nog jong en zwak. Dit verklaart de ervaring van de vrije wil, als onderdeel van het bewustzijn welke afhankelijk is van het bestaan van de prefrontale cortex**.

Ik verwacht dat de prefrontale cortex op dit moment in de evolutie van het menselijk brein, grotendeels een onderdaan van ons instinct is. Wetenschap toont aan dat de prefrontale cortex onder andere verantwoordelijk is voor het onderdrukken van instinctieve impulsen. Ondanks dat het verstand van de mens zijn oorsprong vindt in de prefrontale cortex, is dit hersengebied voornamelijk in staat om de uitvoering van het instinct zo nu en dan te blokkeren of aan te passen. Het instinct bepaalt nog steeds ons gedrag.

De ontwikkeling van de prefrontale cortex is de reden dat we de samenleving een beschaving noemen, waarin we proberen zo min mogelijk te moorden, stelen en verkrachten. De praktijk heeft uitgewezen dat de mensheid een grotere overlevingskans heeft als we de medemens goed behandelen, zowel op individueel als collectief niveau. Zodra ons instinct impulsen afvuurt die gedrag in gang zetten dat evolutionaire doelen op een niet-geciviliseerde behaalt, inhibeert de prefrontale cortex deze impulsen waardoor de gedraging vaker niet dan wel tot stand komt. Door maatschappelijk onaangepast gedrag te signaleren en blokkeren, speelt de prefrontale cortex een belangrijke schakel in het overleven en voortplanten van het individu en het collectief. Zo worden we steeds geciviliseerder. Het remmen van instinctieve ongeciviliseerde impulsen is puur een functionele methode om de kans op overleven en voortplanten te vergroten. Ik geloof dat dit géén bewuste afweging is die we maken, ook al ervaren we dit wel zo.

Omdat we als mens een zelf met bewustzijn ervaren, en deze in staat is om een voorstelling te maken van het toekomstig handelen én om op het gehandelde te reflecteren, is de ervaring van de vrije wil een belangrijke schakel in het vervullen van de instinctieve doelen. Ik geloof dat een deel van de functionaliteiten van de prefrontale cortex gelijk staan aan het bewustzijn en dat een kleiner deel van diezelfde functionaliteiten zorgen voor de ervaring van de vrije wil. Alle functionaliteiten in het brein zijn ontstaan vanwege het significante effect op zowel de overlevings- als voortplantingskans van het individu en het collectief, zo ook deze.

Als elk menselijk individu een bewustzijn van het zelf heeft, maar niet de ervaring van een vrije wil, dan geloof ik dat dat resulteert in een soort die snel uit zal sterven omdat er essentiële functionaliteiten mee verloren gaan. Het brein heeft alle vaardigheden van de prefrontale cortex nodig om de progressie die de mensheid als collectief maakt, voort te zetten. Onze prefrontale cortex is enkel in staat om functioneel impulsen vanuit het instinctieve deel van het brein te blokkeren, als het begrijpt wáárom het van belang is om deze impulsen te blokkeren. Begrip is essentieel om te overleven. Voor begrip heb je verstand nodig om de juist gewogen afwegingen te kunnen maken die resulteren in een weloverwogen conclusie (wel of niet inhiberen). Hiervoor worden andere functionaliteiten waarover de prefrontale cortex beschikt gebruikt: onder andere het reflecterend vermogen, het inlevingsvermogen, het voor de geest halen van het verleden en de toekomst, het voorstellen van eventuele verschillende uitkomsten en deze afwegen en uiteindelijk alle input tegen elkaar afwegen.

Dit essentiële proces in het brein dat verantwoordelijkheid draagt voor het voortplanten en overleven van zowel het individu als het collectief, ervaren we bewust. Sterker nog: die ervaring noemen we onderdeel van ons bewustzijn. Met als gevolg dat we hier foutief de conclusie aan verbinden dat deze overwegingen, afwegingen en gevolgen intentioneel door ons zelf worden gemaakt. Ergo: de ervaring van een vrije wil.

 

*Je kunt ‘het individu’ op veel manieren opvatten, dat is een andere discussie. In deze context beschrijf ik ‘het individu’ als ‘het bewustzijn van het individu’ en ‘de vrije wil’ als de mogelijkheid om bewuste keuzes te maken en deze intentioneel uit te voeren.

**Dit is een aanname die naar mijn weten nog geen wetenschappelijke ondersteuning heeft gekregen, omdat er nog geen eenduidig antwoord is op waar het bewustzijn, de ervaring van het zelf en de ervaring van de vrije terug te vinden zijn. Desalniettemin is er een relatie tussen de eigenschappen die wij als bewustzijn bestempelen en de vaardigheden waarvan de prefrontale cortex ons voorziet: reflecteren, taal, voorstellingsvermogen, een logisch geheel maken van verschillende input van onze verschillende zintuigen en verschillende soorten waarnemingen en dergelijke.