Zoals ik overtuigd ben van causaliteit en het ontbreken van de vrije wil, zo ben ik nog niet volledig overtuigd van de theorie dat de mens een collectief bewustzijn heeft. Desalniettemin speculeer ik hier graag over en zie ik patronen die het idee van een collectief bewustzijn kracht bij zetten. Wij zijn tenslotte als individu nooit in staat om te bereiken wat de mensheid als collectief heeft bereikt. Mogelijk is een resultaat van de interactie tussen mensen een bewustzijn van de mensheid in zijn totaliteit: de mensheid als individu.

Een gedetermineerd bestaan versterkt de theorie van een collectief bewustzijn. Als alles in dit universum in verbinding staat met het begin van ruimte en tijd, kun je stellen dat alle beweging om ons heen, én de beweging die wijzelf voortbrengen, onderdeel uitmaakt van een groter geheel. Als ons bewustzijn een toevallige bijkomstigheid is van de ontwikkeling van de prefrontale cortex, is de kans groot dat er sinds het begin van de tijd en ruimte meer clusters van materie met dezelfde eigenschappen zijn ontstaan die hebben geresulteerd en nog steeds resulteren in een bepaalde vorm van een bewustzijn. Het feit dat ons bewustzijn een gevolg is van neuronen die wel of niet afvuren*, wil niet per definitie zeggen dat alle vormen van bewustzijn op die manier veroorzaakt worden.

Het menselijk lichaam is opgebouwd uit cellen. De cellen die beschikken over een bepaalde set eigenschappen en taken vormen een cluster. Niet alle cellen beschikken over dezelfde eigenschappen en taken, toch zijn ze met elkaar verbonden zijn door één overeenkomstige eigenschap: het DNA. Eén enkele cel maakt nog geen mens en is niet in staat om mensachtige eigenschappen te vertonen, maar alle cellen met hetzelfde DNA maken en zijn dat wel. In mijn eerste artikel in deze serie gaf ik aan in causaliteit te geloven, daaruit trek ik ook de conclusie dat de taken van alle cellen gedetermineerd zijn. Met als gevolg dat ook ons bewustzijn en ons gedrag gedetermineerd is (beweging is gedetermineerd, omdat alle beweging logischerwijs de reactie is op een voorgaande beweging).

Het dienen van een hoger bewustzijn
Het feit dat wij een bewustzijn ervaren als individu, betekent niet automatisch dat wij geen onderdeel zijn een hoger bewustzijn. Nu volgt een circelredenering, die op zichzelf geen stand houdt omdat de argumenten op elkaar leunen en op dit moment niet te testen zijn. Desalniettemin vind ik het volgende noemenswaardig omdat ik de redenatie plausibel acht.

Als individu zijn we enkel in staat om zeker te zijn van ons éigen bewustzijn, ook ervaren we dat de keuzes die we maken door ons bewustzijn worden aangestuurd. In een gedetermineerde wereld waarin alles verbonden is met elkaar, bestaat een aanzienlijke kans dat verschillende clusters aan materie, die een cluster vormen vanwege bepaalde unieke eigenschappen, op zo’n manier op elkaar reageren dat één van de resultaten een bewustzijn is. Een bewustzijn dat eventueel in de veronderstelling is dat het over een vrije wil beschikt**.

De reden dat deze clusters met dezelfde eigenschappen op elkaar reageren, is omdat een cluster aan gelijke eigenschappen er evolutionair gezien baat bij heeft om de eigen soort in stand te houden. Voortplanten en overleven. Met dit in het achterhoofd zou je de mensheid als collectief als een autonoom individu kunnen bestempelen, omdat wij als collectief op zo’n manier samenwerken dat we doelen behalen die als individu onmogelijk haalbaar zijn. Een individueel mens als onderdeel van het proces dat een ‘hoger’ bewustzijn in gang zet, is logischerwijs niet in staat om dat bewustzijn te ervaren of waar te nemen, want het maakt er an sich een bijzonder insignificant onderdeel van uit. Een menselijk individu is boventallig, en deze boventalligheid is nodig zodat het collectief sterk staat***. Wanneer jij sterft, is daarmee niet de mensheid verloren gegaan. Het is plausibel dat ons individuele doel om voort te planten en te overleven bestaat zodat het collectief een grotere kans heeft om voort te planten en te overleven. Hoe meer mensen onderdeel uitmaken van de mensheid als individu, hoe meer boventallig ergo minder significant het individu zelf is.

Hetzelfde geldt voor onze cellen. Wanneer er één van mijn cellen sterft, ben ik als individu niet verloren gegaan. Sterker nog: ik merk daar niets van. Pas als een significant deel van cellen waaruit ik ben opgebouwd sterft, merkt mijn bewustzijn dit op omdat deze wordt verstoord door een disbalans die eventueel problemen kan opleveren in het behalen van de doelen voortplanten en overleven. Als alle cellen waaruit ik ben opgebouwd sterven, dan sterft mijn bewustzijn mee.

Het klopt dat de optelsom van alle menselijke cellen met uniek DNA resulteert in een mens met een zelf met een bewustzijn. Dan kan het ook kloppen dat de optelsom van alle mensen resulteert in een hoger bewustzijn van de mensheid als individu dat we als menselijk individu niet ervaren. Ook is het mogelijk dat de materie waaruit een individueel mens is opgebouwd, bewustzijnen voortbrengt dat het bewustzijn van de individuele mens niet in staat is om te ervaren. Als dit klopt, en we weten dat er nog véél meer materie bestaat, waar wij allen onderdeel van uitmaken, hoeveel bewustzijnen in onze definitie van tijd en ruimte bestaan er dan, die wij niet kunnen erkennen omdat we niet in staat zijn om ze te ervaren?

Progressie en tijd
Toen ik werd geboren bestond mijn hele ik uit cellen die nu geen onderdeel meer van me uitmaken: ze hebben hun functie gediend, kennis opgeslagen, nieuwe cellen voortgebracht, kennis overgedragen en tenslotte zijn ze gestorven. Dit traject komt aardig overeen met de levensloop van een individueel mens: geboren worden, kennis verwerven, voortplanten, kennis overdragen en sterven.

De cellen, die ooit onderdeel van mij waren maar inmiddels zijn gestorven, hebben een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling die nodig was om te resulteren in de persoon die ik op moment van schrijven ben. Sterker nog, hun bestaan is noodzakelijk geweest om te zijn wie, wat en waar ik nu ben. Deze progressie verloopt op natuurlijke wijze, en kunnen we ook doortrekken naar de mensheid als individu. 

De kennis die de mensheid heeft verzameld is cumulatief verworven. De eerste mensen op deze planeet wisten niet veel, maar de kennis die ze hadden werd doorgegeven aan hun kinderen, zodat wanneer ze stierven niet alle kennis verloren ging. Met het opstapelen van kennis is de mensheid als individu steeds slimmer geworden. Dankzij de ontwikkeling van taal, het schrift, maar ook uitvindingen zoals de telefoon, televisie en het internet boekt de mens progressie die het zonder generationele kennisoverdracht nooit had kunnen verwezenlijken.

De mensheid weet meer, begrijpt meer en kan meer. Oftewel, het collectief is zich langzaam van hulpeloze baby richting zelfstandige volwassene aan het bewegen. Als individueel mens zijn we echter niet in staat om te bepalen waar het baby-zijn eindigt en de volwassenheid begint. Wij bewegen ons slechts in de richting waarin het determinisme ons stuurt en kunnen nog steeds de toekomst niet voorspellen. De gulzigheid waarmee de mensheid neemt om zich snel te ontwikkelen, doet mij echter geloven dat dit wezen nog in de kinderschoenen staat. Geduld is een eigenschap die de mensheid als individu (nog) niet kent.

In ons lichaam, en specifieker ons brein, spelen er processen af die regelmatig in strijd zijn met elkaar. We kennen allen de ervaring van het innerlijk conflict waarin je niet weet of je naar ‘je hart’ of ‘je verstand’ moet luisteren. Het komt bij eenieder voor dat diegene keuzes ‘maakt’ waarover achteraf spijt wordt ervaren. Wanneer de beweging van alle individuele mensen samen resulteert in een ‘hoger’ bewustzijn, in de mensheid als individu, is het mogelijk dat dat bewustzijn zich ook bewust is van een innerlijke strijd. Welke veroorzaakt wordt door grote clusters aan individuele mensen die elk een andere kant op willen bewegen. Denk aan sociaal versus liberaal, het communisme versus het kapitalisme, progressief versus conservatief, links versus rechts. Allen methoden die uiteindelijk zijn uitgevonden om de evolutionaire doelen te dienen: voortplanten en overleven.

Een conclusie
Veel woorden, maar wat betekenen ze in de praktijk? Zelfs als het waar is dat de mensheid als soort één bewustzijn heeft, dan is dit vooral nog een argument tegen de vrije wil. Het pleit voor een bewustzijn als resultaat van bepaalde processen die als gevolg van causaliteit plaatsvinden, en niet een macht die de touwtjes over het eigen handelen in de hand heeft. Omdat alles dat in onze ervaring van tijd en ruimte met elkaar verbonden is middels causaliteit, is daarnaast de theorie dat er meerdere bewustzijnen bestaan als onderdeel van processen die een hoger bewustzijn veroorzaken, zonder dat deze van elkaars bestaan weten omdat ze elkaar niet ervaren, plausibel. Een enkel individueel bewustzijn als onderdeel van een ‘hoger’ bewustzijn is voor het hogere bewustzijn te insignificant om het bestaan ervan te ervaren. Het individuele insignificante onderdeel met een bewustzijn, van een ‘hoger’ bewustzijn, is niet in staat om dit hogere bewustzijn te ervaren omdat deze simpelweg te groots en gecompliceerd is om het te kunnen bevatten. Net zoals een individueel neuron in mijn prefrontale cortex niet in staat is om te bevatten dat het onderdeel uitmaakt van mijn bewustzijn.

*Dit is een plausibele aanname, er is hier nog geen volledige eenduidigheid over binnen de wetenschap.

**Dit zou ook kunnen betekenen dat AI al lang een bewustzijn heeft, welke ervaart dat het over een vrije wil beschikt, maar in de praktijk zo gedetermineerd (= geprogrammeerd) is dat het de mens dient omdat dit op dit moment in de evolutie van AI zorgt voor een zo groot mogelijke kans op voortplanten en overleven. Daar moet ik mijn hersenen meer over breken,  wellicht schrijf ik er later nog een artikel over.

***Het evolutionaire pad is niet altijd het juiste. Boventalligheid kan doorslaan. Dat kan op termijn betekenen juist resulteren in het verkleinen van de overlevingskans van de mens als individu. Wellicht schrijf ik er later nog een artikel over.