Het was slechts een paar minuten dat ik in dezelfde taxi zat als een Canadese man. In die paar minuten vertelde hij mij dat hij voor de Christelijke gemeenschap werkte en in Chiang Mai hielp met het opzetten van kerken. Hij was eens in Amsterdam geweest, waar een man hem had gevraagd of hij wiet wilde kopen. Hierop antwoordde hij: “Oh no, I’m a Christian”.

Sinds lange tijd staat het lezen van de Bijbel (en de Koran) op mijn to do list. Ik heb echter nooit de zin gevonden om eraan te beginnen. Dus over wat er letterlijk geschreven staat weet ik niet veel. Toen ik later nog eens nadacht over het korte gesprek met de Canadese man, vroeg ik me af wat het zijn van een Christen eigenlijk te maken heeft met het wel of niet laten van bepaalde handelingen. Waarom is Christen zijn een begrijpelijk argument om geen wiet te willen kopen? Hoe zorgt geloof er voor dat mensen binnen een bepaald kader leven?

Als ik kijk naar mijzelf en mijn directe omgeving –we bestaan voornamelijk uit atheïsten, of in elk geval mensen zonder uitgesproken geloofsovertuiging-, dan baseren we wat goed en slecht is op ons geweten. Het voelt niet goed om ons op een manier te gedragen die anderen tot last is. En wanneer je beslist of je een keuze maakt die voor jou belangrijk is, terwijl je daar in zeker mate iemand mee schaadt (soms gebeurt dat nu eenmaal), dan maak je de afweging of de schade van de ander jouw profijt waard is. De gemiddelde mens voelt instinctief aan of de keuze die zij maakt de juiste is.

Hoe Christenen bepalen welke keuze ze maken werkt anders. Elke keuze wordt in principe geleid door angst. Je mag niet zondigen, wat dit zal resulteren in eeuwig branden in de hel (of iets dergelijks onprettigs). Wat dat betreft heeft mijn opa bijvoorbeeld een vervelende jeugd gehad. Als kind is hij continu bang gemaakt met dat ‘verkeerd’ gedrag werd afgestraft met iets wat je je grootste vijand nog niet aan zou willen doen. Hij heeft hier de rest van zijn leven last van gehad. Mensen in een bepaalde richting duwen door middel van angst, in plaats van mensen te laten luisteren naar hun geweten, is wat me tegenstaat aan het Christendom.

Hier in Thailand heb ik een paar Boeddhistische tempels bezocht en ook de Thaise gewoonten mogen meemaken. Thaise mensen zijn respectvol, behulpzaam en lijken zelden te ‘zondigen’. Deuren staan open en laptops blijven onbewaakt in zicht staan: er gebeurt niets. Dat is hier een vanzelfsprekendheid. Ik moet me nog inlezen, maar wat ik tot nu toe leerde is dat de praktisering van het Boeddhisme vooral bestaat uit respect voor je gehele omgeving. Het Boeddhisme hanteert een positieve benadering, er is geen ruimte voor angst, dreigementen of dwang.

Twee weken geleden nog dacht ik dat er geen religie was die bij me paste, eigenlijk wilde ik er vooral zo ver mogelijk bij uit de buurt blijven. Mijn mening is wat veranderd. Ik zal Boeddha niet aanbidden, maar hij is voor mij wel de belichaming van het leven van een goed leven. Ik hoop me de komende tijd wat te verdiepen in het Boeddhisme, en deze zienswijze in mijn achterhoofd te houden wanneer ik bepaalde bewuste keuzes moet maken.