4-Fluoramfetamine, onder gebruikers vooral bekend als 4FMP, is een redelijk nieuwe partydrug die de laatste jaren populariteit won en tegelijkertijd alarmbellen liet rinkelen. Sinds 25 mei 2017 is de drug wettelijk verboden vanwege een toename aan gezondheidsincidenten, die mogelijk veroorzaakt zijn door 4FMP. De Rijksoverheid bracht gisteren het 148-pagina tellende rapport ‘4-Fluoramfetamine: gebruikers en gebruik in beeld‘ uit.

Zelfrapportage
Jammer, maar het blijkt om een aardig flutrapport te gaan. Het onderzoek richt zich puur op zelfrapportage van gebruikers. Dit wil zeggen dat de resultaten gebaseerd zijn op hoe gebruikers de risico’s van 4FMP ervaren. Ervaring is echter niets dan subjectief en wanneer de media schreeuwt dat 4FMP gevaarlijk is, wordt de overtuiging van de gebruiker door dit nieuws beïnvloed. Van objectiviteit is geen sprake meer en de kans op het placebo effect neemt toe.

Een ander nadeel van zelfrapportage is dat een gebruiker niet in staat is een causale relatie te definiëren. Het kan zijn dat klachten zoals hoofdpijn voortkomen uit 4FMP-gebruik, maar dit kan ook veroorzaakt worden door andere variabelen die tijdens het gebruik aanwezig waren. Twee-derde van de gebruikers combineert 4FMP bijvoorbeeld met alcohol, XTC, lachgas of andere drugs, allemaal middelen die ook kunnen resulteren in hoofdpijn. Te weinig slaap, eten of water kunnen eveneens een boosdoener zijn. Het effect van interactie tussen deze factoren mag al helemaal niet vergeten worden.

Risico’s
De meest voorkomende bijwerkingen die gebruikers rapporteren zijn slaapproblemen, hoofdpijn en een dip. Dat is niet zo zorgelijk. Toch blijken de gerapporteerde effecten na het gebruik van 4FMP niet zo onschuldig als die van bijvoorbeeld XTC. Zeven procent van de onderzochte groep noemt ondragelijke hoofdpijn en er zijn incidenten bekend waar hersenbloedingen voorkwamen. Opvallend is wel dat het rapport geen aantallen vermeldt.

Er zijn twee dodelijke incidenten bekend waarbij 4FMP in het bloed is gevonden, dit betekent overigens niet dat 4FMP in deze gevallen per definitie de doodsoorzaak was. Dodelijke incidenten schrikken af, logisch, maar hoe groot is het risico daadwerkelijk? Volgens het rapport gebruiken per jaar zo’n 130.000 mensen 4FMP. Stel dat de fatale incidenten binnen de tijdsspanne van een jaar zijn voorgevallen, dan wil dit zeggen dat 0,0015% van de 4FMP-gebruikers sterft. Aan XTC sterven gemiddeld 8 mensen per jaar, terwijl XTC slechts met een factor van 2.5 meer wordt gebruikt dan 4FMP. Een simpel rekensommetje (2 * 2,5 = 5) laat zien dat XTC dodelijker is dan 4FMP.

Het rapport van de Rijksoverheid meldt dat 80% van de gebruikers negatieve effecten ervaart na het gebruik van 4FMP. Dit lijkt op het eerste oog een absurd percentage. Na een avondje flink zuipen worden er echter minstens zo veel negatieve effecten gerapporteerd. Maar bijwerkingen zoals nadorst, misselijkheid, braken en hoofdpijn classificeren we als een maatschappelijk geaccepteerde kater. Niemand die daarvan wakker ligt.

Conclusie
Er is eigenlijk helemaal geen bewijs dat het gebruik van 4FMP de directe oorzaak is van hersenbloedingen of zelfs de dood. Hiervoor is toxicologisch onderzoek nodig, en dat is er (nog) niet. Dat er geen bewijs is voor de causale relatie tussen 4FMP en gezondheidsschade wil overigens niet zeggen dat de relatie niet bestaat. Het is simpelweg nog niet onderzocht.

De reden dat 60% van de gebruikers hun gebruik minderen of stoppen komt voornamelijk voort uit de horrorverhalen die de rondte gaan in zowel de partyscene als de media. Er zijn geen kwantitatieve bevindingen die laten zien dat 4FMP daadwerkelijk meer risico’s met zich meebrengt dan andere partydrugs. Ondragelijke hoofdpijn is daarentegen wel een bijwerking die met enige regelmaat gerapporteerd wordt. Voor veel gebruikers weegt die pijn niet op tegen de prettige “XTC light”-effecten die 4FMP veroorzaakt. Deze feestgangers slaan 4FMP daarom liever over.

Kritisch lezen blijkt in dit rapport niet geheel onbelangrijk, het ‘onderzoek’ schetst geen representatief beeld. Dat valt misschien te verwachten van een overheid die middelengebruik het liefst de kop indrukt. Desondanks is het jammer dat de schrijvers van dit rapport op goedkope manieren angst proberen te zaaien. Ze citeren bijvoorbeeld de woorden van een enkele (afwijkende) participant die negatieve ervaringen van 4FMP heeft ondervonden, maar slaan de reacties van de positieve gebruiker over.

Wenselijker is een onafhankelijk onderzoek waarbij de (causale, negatieve) effecten van 4FMP op de gebruiker percentueel worden vergeleken met die van andere drugs, zoals alcohol, nicotine, cocaïne en MDMA. Vooral dan kan men een gefundeerde keuze maken over het wel of niet gebruiken van 4FMP.