We hebben privacy hoog in het vaandel staan. Privacy voelt vooral als een belangrijk recht sinds de Jodenvervolging tijdens de tweede wereldoorlog. Vandaag de dag verzamelen bedrijven zoals Facebook en Google zo veel mogelijk persoonsgegevens van hun gebruikers, en dat roept bij velen angst op. Stel dat nu een enorme genocide georganiseerd ‘moet’ worden, dan is het een stuk moeilijker om onzichtbaar te zijn dan 70 jaar geleden. Vooral wanneer een tweede Hitler de data van die bedrijven tot zijn beschikking krijgt.

Een groot deel van Nederland steigerde dan ook toen de nieuwe WIV werd aangenomen door de tweede en eerste kamer. 21 maart is het tijd voor een raadgevend referendum, maar eigenlijk weten we inmiddels dat -whatever de uitslag- heroverweging toch niet gepraktiseerd gaat worden. Het raadgevend referendum werd vorige week na drie jaar en twee referenda alweer geschrapt.

Persoonlijk heb ik weinig vertrouwen in het huidige politieke systeem en daarom vind ik het niet prettig als zij ‘in naam van veiligheid’ gegevens over mij mogen aftappen en opslaan. Ik zal daarom ook principieel tegen de WIV stemmen. Sowieso lijkt het alsmaar toenemende populisme ontzettend af te doen aan de kwaliteit van het regeren. Ministers die aan het vloggen zijn en kamerleden die meer tijd besteden aan het geven van interviews dan aan ‘oppositioneren’, het is the new normal. Democratie in combinatie met het internet zorgt ervoor dat politici zich voornamelijk richten op exposure in plaats van hun werk. Zieltjes winnen > het land regeren.

Minder moeite heb ik met grote, technische profit-organisaties die informatie over mij opslaan. Sinds het bestaan van Silicon Valley-achtige bedrijven is het leven vergemakkelijkt. We zijn slimmer dankzij de continue toegang tot het internet, we zijn fitter dankzij systemen die nauwkeurige metingen doen over onze gezondheid, collectieve ontwikkeling maakt snellere en grotere stappen dankzij verkorte communicatielijnen, we voelen ons meer gehoord dankzij de mogelijkheid om jezelf te uiten op sociale media. De toenemende macht van grote hightechbedrijven gaat gepaard met een comfortabeler leven. Maar hiervoor geven we wel onze privacy op. Is dat erg?

We vertrouwen onze artsen, accountants, advocaten en psychologen. Zonder moeite delen we met hen persoonlijke gegevens zodat zij ons zo goed mogelijk kunnen dienen. Systemen zijn steeds vaker beter in hun vak dan mensen. We zijn geneigd om te denken dat wij zelf het best weten wat goed voor ons is, maar in feite vertrouwen we al continu op computers. Vertrouw je Excel als je het programma een formule laat berekenen of check je de uitkomst voor de zekerheid middels hoofdrekenen? Vertrouw je de ING-app als je geld overmaakt of ga je liever naar de bank om dit een medewerker te laten doen (die hiervoor overigens ook een computerprogramma gebruikt)? Vertrouw je het resultaat van een MRI-scan of heb je liever dat de arts je schedel openbreekt om op zoek te gaan naar een hersentumor?

De enige voorwaarde voor een systeem om de mens te dienen is de invoer van gegevens. Een systeem kan niks zonder data. Je geeft dan inderdaad een deel van je privacy weg. Dat is natuurlijk een risico, er bestaat een kans dat het delen van jouw gegevens je dood kunnen worden (denk aan het voorbeeld van een tweede Hitler). Toch zie ik dat niet snel gebeuren, want waarom zou het? Waarom zou een hightech profit-organisatie die streeft naar innovatie en comfort, de ondergang van de mensheid betekenen? Ik heb meer vertrouwen in de bazen van Google en Facebook dan in Rutte of Trump, de eersten hebben namelijk al heel veel meer goeds gedaan voor de mensheid dan welke regeerder dan ook. Ik verkies Sillicon Valley als machthebber boven Washington D.C., anytime.