In 2016 claimde Yernaz Ramautarsing dat een verband bestaat tussen huidskleur en IQ. Het feit dat allochtonen minder geld verdienen is volgens hem een logisch gevolg, zij hebben domweg een lager IQ dan ‘de Nederlander’. Dat heeft veel stof doen opwaaien, en hoewel hij eerder kandidaat stond voor Forum voor Democratie in Amsterdam, heeft hij zich onder andere vanwege deze uitspraak moeten terugtrekken.

Vandaag werd dit opiniestuk gepubliceerd. Waar de schrijver het heeft over ‘despotisme’ en aanneemt dat dit de oorzaak is die het verschil tussen intelligentie onder bevolkingsgroepen verklaart. Onder het regime van een Erdogan of Poetin wordt vrijheid ingeperkt. De auteur vindt dat juist vrijheid de voorwaarde is voor een intelligente(re) bevolking.

Intelligentie lijkt grotendeels te zijn aangeboren. Iemand die zwakbegaafd is kan elk uur van de dag proberen kennis op te slurpen en verbanden proberen te leggen: een universitaire studie zal ze nooit kunnen afronden. Tweelingonderzoek laat wel zien dat IQ in elk geval voor een klein percentage te beïnvloeden is door de omgeving. Eeneiige tweelingen uit derdewereldlanden, waarvan één geadopteerd en opgroeit in de westerse wereld, tonen significante verschillen wanneer het gaat om intelligentie. Het kind met meer kansen, toegang tot kennis, scholing en onverdeelde aandacht scoort plusminus 15 IQ-punten meer dan het ‘achtergebleven’ kind.

Zeggen deze resultaten nu echt zoveel als ze lijken te zeggen? In de sociale wetenschap is sowieso nog geen consensus over wat het construct intelligentie precies inhoudt. Ook weet eigenlijk niemand of intelligentie statisch is (je hele leven gelijk) of plastisch (intelligentie varieert over tijd). Er is daarnaast een team nature (intelligentie is aangeboren), een team nurture (intelligentie wordt bepaald door omgeving) en een team dat denkt dat een combinatie hiervan verantwoordelijk is voor het IQ. Het lastige aan het vak psychologie is dat alle tegengestelde hypotheses wel eens wetenschappelijk zijn bevestigd.

Het meest gebruikte meetinstrument is de WAIS (voor kinderen de WISC): een uitgebreide intelligentietest die zowel in behandeling als in onderzoek wordt gebruikt om iets te kunnen zeggen over IQ. Het grote nadeel van de WAIS is dat deze is ontwikkeld door westerse hoogopgeleiden die zijn opgegroeid in een stimulerende en taalgerichte kennismaatschappij. De WAIS bestaat uit vragen, woorden en figuren die westerse mensen allemaal bekend zijn dankzij school, studie, werk en spellen waarmee ze hun hele leven te maken hebben gehad.
Weeskinderen, straatkinderen of anderen die in een land wonen waarin de maatschappij niet hetzelfde is als hier, kennen dus al een achterstand voor ze überhaupt aan de WAIS begonnen zijn. Wanneer mensen bijvoorbeeld een taalachterstand hebben, behalen zij een lagere IQ-score, terwijl onderzoekers (en media) er vanuit gaan dat intelligentietesten louter intelligentie meten. Dat is niet zo: er bestaat geen universele valide en betrouwbare intelligentietest.

De claim die Yernaz deed omtrent interraciale intelligentie (‘het is wetenschappelijk bewezen’), kan best kloppen. Wetenschappelijk zegt in deze kwestie echter niet zo veel. Een onderzoek met kritische blik lezen is blijkbaar niet voor de heer Ramautarsing weggelegd, als hij dat wel had gedaan hoefde hij nu mogelijk niet op de blaren te zitten. Ook bij de interpretatie van wetenschappelijke resultaten is nuance en een oplettend oog van belang, je kunt ze niet altijd maar klakkeloos overnemen.