Wat me tegenstond aan de huidige reistrend is dat we met onze gevulde portemonnee richting een armer continent vliegen, om daar te beseffen hoe goed wij het eigenlijk hebben, om vervolgens in Nederland weer vrolijk verder te gaan met waar we al mee bezig waren. “Aapjes kijken”. Dat is één van de redenen waarom ik eerder niet koos voor de volwaardige backpack experience, en dat nog steeds niet wil.

Zelf beeldde ik me bij armoede vooral Afrikaanse kinderen in, die hongerig en ziek zijn. Bangkok liet me zien dat armoede een veel breder begrip is. Armoede hoeft niet gepaard te gaan met honger. Het betekent vooral veel en hard werken voor weinig geld, gebrek aan educatie, gebrek aan comfort en vaak ook aan hygiëne. Dit wil overigens niet zeggen dat arme mensen doodongelukkig zijn en aan het eind van hun leven terugkijken op een aaneenschakeling van vervelende ervaringen. De inwoners van het armere gedeelte van Bangkok lijken best content, ze zijn prima in staat om zonder klagen te roeien met de riemen die ze hebben.

Toen ik door de straten in de buurt van Khao San Road, liep viel me op dat backpackers niet zo uniek en progressief zijn als ik dacht. Iedereen loopt in dezelfde olifantenprintbroek, bezat zichzelf op de terrassen en eet Pad Thai voor minder dan een euro. Je kunt natuurlijk beargumenteren dat we op deze manier de lokale economie ondersteunen, daar is geen woord van gelogen. Toch maakt dit aanzicht me weinig enthousiast.

Zoals vooraf verwacht heeft het ontmoeten en spreken van verschillende mensen me nieuwe inzichten gegeven, maar observatie deed dat meer. Het observeren leidde tot de conclusie dat (ik vind dat) inwoners van de ‘westerse wereld’ niet de verantwoordelijkheid nemen die we moeten.

Je kunt de mensen hier niet kwalijk nemen dat ze de wereld vervuilen middels hun manier van leven: ze hebben tenslotte geen toegang tot bronnen die vertellen dat klimaatverandering desastreuze gevolgen zal hebben. En zelfs al hadden ze die toegang, dan nog kunnen zij hun leven niet omgooien naar een groen bestaan: daar hebben ze simpelweg de middelen niet voor.

Om globale verandering in gang te zetten zal er altijd een kleinere groep zijn die het voortouw moet nemen. Een groep bereid om offers te maken, die nodig zijn voor de noodzakelijke vooruitgang. Wij, onderwezen mensen met de benodigde middelen, zijn die groep. Het is bijzonder dat we schaamteloos doen alsof onze neuzen bloeden. Het is “van de zotte” (zoals mijn moeder zou zeggen) dat we nog steeds producten kopen die we niet nodig hebben, vlees eten dat we niet nodig hebben, geld opslaan dat we niet nodig hebben. En hier nog voor geprezen worden ook.

Bangkok leerde me wat het elke toerist leert: we hebben het bijzonder goed in Nederland. Maar daarnaast realiseer ik nu dat ons voorrecht gepaard gaat met een verplichting. Het is aan ons om in te leveren en het juiste voorbeeld te geven. Niets is gratis, het universum is de balans tussen minnen en plussen. Houden we ons niet aan deze balans, dan is het snel afgelopen met die bevoorrechte positie.

Dit stuk klinkt belerend en dat is het ook. Ik hoop vooral zelf deze verplichting na te komen. Ik kraam vaker idealistische leuzen uit om vervolgens snel in oude gewoonten te vervallen. Dan zeg ik “het is water naar de zee dragen”, of “het kost onredelijk veel moeite”, of “maar kipnuggets zijn zo lekker”. Ik kan mezelf moeilijk serieus nemen als ik deze uitspraken zo opsom, maar het zijn toch echt de mijne. Ik moet veranderen, en jij vrees ik ook.